Een beetje geschiedenis / Un peu d’histoire

De Duitsers in België, West 2, 1982, p.13-14

 

Dit is geen verhaal van enige inval van overweldigers, zo vaak gelezen en herhaald.  Het is integendeel het verhaal van mensen, die omwille van hun taal en hun volksdom als tweederangsburgers behandeld worden in een land dat zich ais toonbeeld der democratie opwerpt….

 

De jongste omvorming van de staatsstructuur in België (een zeer gecompliceerde geschiedenis die elders in dit blad wordt uitgelegd) heeft de Duitstalige gemeenschap in België wel erg in de hoek geduwd, en dit omwille van het Waalse imperialisme.  Want waar de Nederlandstalige en de Franstalige gemeenschap elk hun eigen « deelregering » en hun uitvoeringsorganen krijgen, daar wordt de Duitstalige gemeenschap weliswaar van zgn. cultuurorganen voorzien maar voor de rest blijft ze een integrerend deel van Wallonië, een door de Walen gekoloniseerd gebied.  Protesten van diverse zijde (ook van de Vlamingen) hebben daar tot nog toe niets aan veranderd.

 

Hoe komen die Duitsers echter terecht in de Belgische staat?  Dat is een hele geschiedenis, waar we hopen eens een volledig dossier aan te wijden.  Laten we het voorlopig houden bij enkele vaststellingen.

 

De Duitstaligen in België behoren niet tot één en dezelfde stam.  Er zijn namelijk de zgn.  ‘Altbelgier’ die reeds na het ontstaan van België binnen die staat leefden en er zijn de ‘Neubelgier’ die na de eerste wereldoorlog door België « geannexeerd » werden.

 

De enen wonen in de Waalse provincie Luik, de anderen in de Waalse provincie Luxemburg. Zelfs dialectisch zijn ze verscheiden.           De Duitstaligen rond Eupen spreken een ripuarisch-frankisch dialect, dat in feite meer tot het overgangsgebied tussen Nederlands en Nederduits behoort dan tot het Hoogduits.  De Duitse cultuurtaal kwam er dan ook pas in voege in de loop van de vorige eeuw.

 

In het Zuiden echter, in de provincie Luxemburg, is het Duitse dialect, evenals in het Groothertogdom, een Moezelfrankisch – dat ook in het nabije Lotheringen gesproken wordt.

 

De langdurige aanhechting bij België en bij het Waalse landsgedeelte hebben er ook een langdurige Wallonisering mogelijk gemaakt, bij zoverre dat de oorspronkelijke volkstaal er overdekt werd door de Franse staatstaal, opgelegd via onderwijs, administratie, leger en gerecht: een fenomeen dat parallel liep met de onderdrukking van het Nederlands in Vlaanderen.

Bekijken we nu deze Duitstalige gebleden van dichterbij.  Het Duitstalig gebied rond Eupen omvat ongeveer 60.000 mensen in het kanton Eupen, Sankt Vith en vier Duitstalige gemeenten in het kanton Malmedy.  Dit gebied werd in 1918 door België geannexeerd.  Men hoopte dankzij een systematische verfransingspolitiek (9/10den van het lerarenkorps werd ontslagen) dit gebied op korte termijn te kunnen ‘ontduitsen’.  Dit lukte niet, want bv. in 1936 behaalde het « Heimattreue Front’ dat de terugkeer naar het Rijk voorstond, er meer dan 50 t.h. der stemmen.  Tijdens de tweede wereldoorlog werd dit gebied terug bij Duitsland gevoegd, maar na de oorlog woedde de repressie er hevig en werd opnieuw de verfransing geactiveerd.

 

Historisch hoort dit gebied bij het land van Overmaas, dat naast de Voerstreek en het overgangsgebied van de Platdietse streek ook het gebied Eupen omvat.  Het eerste bleef (ondanks de pogingen in het verleden en hevige beroering heden) Nederlandstalig.  Het tweede werd gedeeltelijk verwaalst, hoewel het dialect er Germaans is: een overgangsdialect tussen West- en Oostnederfrankisch.

 

Eupen kreeg, niettegenstaande het Oostnederfrankische dialect, een Hoogduitse cultuurtaal na de inlijving bij Pruisen, en de bewoners beschouwen zich als Duitsers, nauwer verbonden met Aken dan met Luik of Maastricht.   Hun situatie in de Belgische staat is die van een gekoloniseerd volk: aanhangsel van Wallonië zonder politiek zeggingsschap of inspraak op economisch vlak.  Terecht protesteerden de groeperingen van de Duitse Volksgroep in België dan ook tegen de nieuwe grondwet en de staatshervorming,- die geen eigen structuur voor hen voorziet, alleen wat ‘culturele’ tegemoetkomingen.

 

Het andere Duitstalige gebied is niet ‘recent’ bij België aangehecht, maar behoort ertoe van in het begin.  Het is het oostelijk deel van de Belgische provincie Luxemburg, palend aan het (oorspronkelijk Duitstalig en in dialect nog grotendeels ‘Letzeburgisch’ Duitssprekende) Groothertogdom.  Dit gebied omvat tweeëntwintig gemeenten, met ca. 35.000 inwoners, zonder daarbij de sterk verfranste provinciehoofdstad Arel (Arlon, Aarlen) te rekenen.  Het dialect van die streek hoort eigenIijk zoals reeds gezegd, bij het Mozelfrankisch, bij het Middelduits dus.  Dit geldt ook voor een derde gebied: de streek rond Sankt Vith en de Duitstalige dorpen rond Malmedy.

 

Bij een algemeen overzicht over de situatie van de Duitstalige volksgroep in België kan vastgesteld worden dat de staat er niets gedaan heeft om die volksgroep als zodanig enige tegemoetkoming te verschaffen voor het behoud van hun eigen taal en cultuur; dat die staat integendeel alles in het werk gesteld heeft om van de Duitstalige gebieden in België Waalse kolonies te maken.  Gedeeltelijk is men daar dan ook in geslaagd, dank zij morele, economische en politieke dwang.

 

Er is echter een groeiend verzet waarneembaar; een verzet dat steun kriigt vanuit Vlaanderen en dat anderzijds ook met Vlaanderen en de Nederlandse taal en cultuur contacten onderhoudt: nog niet zolang geleden werd door de Vereniging van Vlaams-nationale auteurs een boekenschenking gedaan voor de Nederlandse bibliotheek van Eupen en ‘Der Wegweiser’ van de Rat der deutschen Gemeinschaft kent ook sympathie en verspreiding in Vlaanderen.

 

Het protest tegen de Waalse kolonisatie van dit gebied kwam trouwens ook in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers tot uiting, waar Vlaamse parlementsleden zich verzetten tegen het opnemen van dit gebied in het Waalse gewest.

 

Inmiddels wordt het Duits wel als derde nationale taal erkend en spreken zowel de eerste minister bij zijn investituur als de Belgische koning bij zijn obligate Nieuwjaarsboodschap enkele woorden – overigens keurig – Duits.