1989

Marcel Bosson (Bxl), La liste B.E.B. aux élections, LB 02/06/1989

 

J’estime qu’il convient de donner toute publicité au véritable coup de force qui vient d’être perpétré par les partis nationaux qui ont empêché la présentation aux élections européennes de la liste B.E.B.. (Belgique-Europe-België).

Cette liste ne pouvait se présenter que moyennant la caution d’un certain nombre de signatures de parlementaires et cette caution lui a été refusée alors que d’autres listes seront présentes, y compris un parti qui veut favoriser ]’usage libre de la drogue.

Il s’agit là d’un véritable et scandaleux coup de force des gens en place contre ceux qui veulent maintenir l ‘union et l’entente entre les Belges.

J’ose espérer qu’aux élections, un grand nombre d’électeurs pourront manifester leur opposition à cette dictature particratique qui n’a que trop duré et qui est la cause de problèmes et de complications dont notre pays se passerait volontiers.

 

2002

ELECTION / Watermael a son échevine flamande,  LB 20/02/2002

 

Mme Vermeylen (Agalev) est élue échevine néerlandophone, prévue par les accords du Lombard. Et contestée par le FDF, parti de la majorité communale.

Mais sur 26 votes valables, il y a 14 oui, 5 non (FDF) et 7 abstentions.

 

2002

Westland, De herziening van de kieswet, in : Delta, 8, 2002, p.10-11

 

Tijdens nog maar eens een vergadering in het holst van de nacht (zij schuwen het daglicht!) van 25 op 26 april jl., kwamen de topministers en de voorzitters der politieke partijen (u dacht dat er een einde was gekomen aan de particratie?) van de meerderheid tot een overeenkomst aan- gaande een hervorming van de kieswetgeving.

Inmiddels werd het voorstel ter goedkeuring aan het Parlement voorgelegd. Het werd ingevolge de problemen met de nieuwe elektronische stemmachine een ietwat lachwekkende bedoening. Maar of het echt om te lachen is ?

Laten wij beginnen met het positieve. En dat beperkt zich dan lot één, zegge en schrijve: één punt, nl. de vergroting der kieskringen. Deze zullen voortaan niet meer volgens de arrondissementen, maar per provincie worden samengesteld. Wat alleszins een betere geopolitieke, historische en sociale dimensie heeft, dan de nietszeggende, louter administratieve omschrijvingen die de arrondissementen zijn.

De rest van het verhaal is echter weinig bemoedigend.

 

1. De Senaat zou voortaan niet meer door de burgers, d.j. door de kiezers, worden verkozen, maar indirect samengesteld worden door de parlementen der deelstaten, dus: door de leden van andere cenakels. Met uitzondering evenwel van enige gecoöpteerde Senatoren, steeds een beproefd middeltje om « gebuisde » kandidaten op te vissen. Voor wie het nog niet zou begrepen hebben: de greep van de partijen op het staatsbestel, bron van allerhande benoemingen en bevorderingen van partijvriendjes, wordt nog vergroot.

De Senaat zou bovendien paritair, d.i. 50 NL – 50 F-taligen, worden samengesteld, wat overigens perfect in orde is met gezonde federalistische principes. Op voorwaarde evenwel dat het gaat om een echt federalistisch systeem, wat in België… niet het geval is. Dergelijk systeem invoeren in een1 dualistisch regime, d.i. een federatie samengesteld uit slechts 2 (of 3) deelstaten is nonsens.

Op de koop toe zouden leden van de koninklijke familie, van rechtswege Senatoren, hiervan voortaan worden uitgesloten, waardoor andermaal de Monarchie moet wijken voor de eisen van de partijen en die haar nog wat meer isoleert doordat de contacten met de vertegenwoordigers van de natie beperkt worden.

2. De Kamer van Volksvertegenwoordigers zou uitgebreid worden van 150 naar 200 leden, teneinde « de werking der instellingen te verbeteren ». Als dit de bedoeling is, lijkt het ons eerder aangewezen dat men het aantal zou… verminderen ! Moeten wij dit nu écht geloven ? Voor welke idioten houdt men ans eigenlijk ?

3. De invoering van een kiesdrempel van 5 %. Niets is anti-democratischer ! Omdat hoé dan ook de wil van de kiezer moet geëerbiedigd worden. Ais men echt bezorgd zou zijn om de versnippering der stemmen te voorkomen, zoals men ans voorhoudt, waarom dan die drempel niet op 10 of zelfs 15 % gesteld? Deze maatregel is des te verwerpelijker omdat ais deze drempel al in 1981 had bestaan, noch Ecolo, noch Agalev – die nu die maatregel mede goedkeurden – hun eerste verkozene zouden gehad hebben. En… misschien hadden deze partijen thans niet eens meer bestaan!

4. De « bonzen » kunnen zich voortaan zowel voor de Kamer als voor de Senaat verkiesbaar stellen, alhoewel iedereen bij voorbaat weet dat ze nooit beide functies tezelfdertijd kunnen en zullen vervullen. Het is letterlijk wedden op twee paarden!

Is dit niet het reinste kiezersbedrog?

Tot onze « verbazing » ontbreken aan deze hervorming echter enkele punten die klaarblijkelijk niet de belangstelling van onze regeerders genieten.

Zo bijvoorbeeld: 1. het afschaffen van de kopstem, teneinde het mogelijk te maken dat de kandidaten in volgorde van hun behaalde stemmen zouden verkozen worden.

2. de invoering van een volksreferendum voor alle onderwerpen die de spelregels veranderen, denk maar aan de Grondwetsherzieningen.

3. de onverenigbaarheid van een mandaat van afgevaardigde (volksvertegenwoordiger, senator…) en een uitvoerend mandaat (minister).

4. het verbod am tijdens een bepaalde legislatuur over te stappen naar een andere partij.

5. de verplichting am het mandaat waarvoor men zich heeft laten verkiezen ook daadwerkelijk uit te oefenen en niet over te stappen naar een andere (beter betaalde?) functie.

Dat zou tenminste Nieuwe Politieke Cultuur zijn. Maar het is waar ook, wie spreekt daar nog over?

Westland

 

2004

Serge J. (Wavre), Gouvernement wallon , DH 05/07/2004

 

Tristes attitudes des gens qui ont prêté serment au gouvernement wallon. C’était à la limite de l’indécence, puéril et infantile. On doit prêter ser­ment face au président et non face à un mur d’imbécillité humaine. C’est le peuple qui a élu le FN et le VB et non une magouille! Même si ce n’est pas ce que l’on souhaite, il faut accepter son choix.

 

2004

Marcel H.. (Namur), C’est vraiment le pompon, DH 23/07/2004

 

Les séances de prestations de ser­ments de nos ministres de ce 19 juillet ont été l’occasion de se rendre compte que tous n’étaient pas des lu­mières. En effet, un ministre féminin qui, incapable de mémoriser une phrase de 15 mots, bafouille puis a re­cours à un texte écrit afin de pouvoir accomplir son acte n’est certes pas de nature à relever le niveau de nos mi­nistres. Pour rappel, elle avait déjà eu recours au même procédé l’an dernier, ce qui l’avait rendue tout à fait hilare malgré le sérieux que la situa­tion aurait dû représenter. Je n’ai pas compté le nombre de ces éminences qui partent, arrivent, changent de gouvernements, de fonctions. Alors que certains étaient à leur poste de­puis seulement un an. Si c’est cela que nos autorités appellent la stabi­lité gouvernementale, je crois que nous n’accordons pas le même sens aux mots. Dans cette mascarade, le pompon revient à la Wallonie.

 

2007

Un citoyen montois introduit un recours contre Di Rupo-bourgmestre, LB 07/01/2007

 

Mobilité José Daras en 2000 et 2001, a introduit vendredi un recours au gouvernement wallon pour exercice illégal de la fonction de bourgmestre en titre de Mons par Elio Di Rupo.

Il demande au gouvernement wallon de recourirà un comité indépendant d’experts en droit public pour étudier la question.

Se basant sur le code de la démocratie locale et de la décentralisation, Luc Leens estime qu’Elio Di Rupo se place au-dessus de la loi en conservant des fonctions de représentation et de dialogue avec le citoyen. Il cite l’exemple de Charles Picqué qui, étant donné la ministre-présidence de la Région bruxelloise, a délégué toutes ses fonctions maïorales. « Depuis les affaires survenues à Charleroi, la situation morale et politique de la Wallonie est catastrophique. E/te doit montrer l’exemple en matière de respect des lois », estime Luc Leens qui avait déjà écrit son argumentaire au ministre des Affaires intérieures Philippe Courard (PS) qui se fait lui-même appeler « bourgmestre effectif de Hotton ». Réponse d’Elio Di Rupo : « C’est très positif de permettre à des échevins et bourgmestres d’être parlementaires, car on évite de prendre des décisions inadéquates, en méconnaissant ce qui se passe sur le terrain. »          

 

2007

P.W., Fosses-la-Ville / Présidents et assesseurs toujours impayés, VA 08/02/2007

 

Il se fait que, à Fosses-la-Ville, le président du bureau de Sart-Eustache, Michel Demoitié, n’a toujours pas été défrayé. « C’est étonnant, raconte ce­lui-ci, nous avions justement des instructions de la Direction générale des Pouvoirs locaux de la Région wallonne dans les­quelles il est clairement stipulé que les jetons de présence se­ront virés sur notre compte dans la semaine suivant le scru­tin. » Intrigué, il a adressé un courrier à la présidente du bu­reau communal pour avoir des nouvelles. Parce que, en tant que président du bureau de vote, il avait prévenu les assesseurs et le secrétaire de ce paiement. Or, rien n’est arrivé. (…)

Même situation pour le pré tons de présence. Par contre, le président du second bureau de vote de Vitrival, Jacques Bouxin, a bien touché son je­ton de présence en date du 20  novembre.

Même situation pour le président d’un des deux bureaux de Vitrival, Hubert Moiny. Lui non plus, ni les membres de son bureau n’ont touché les jetons de présence. (…)  A Fosses-la-ville-centre, la présidente du bureau numéro 1 Véronique Michel et ses asses­seurs n’ont également rien reçu. Et on en oublie très certainement.                      

 

2007

Het eerste woord, in: Delta, 10 dec. 2007, p.1

 

Na maanden van formatieberaad kan men spreken van een heuse regimecrisis. Met oneigenlijke, centrifugale consensusfederalisme is vastgelopen in zijn eigen logica.

Er is weinig hoop op een weldoordachte ommekeer. Politici denken nu eenmaal zelden verder dan de volgende verkiezingen. Tijdens de voorbije verkiezingen werden zeer dure eden gezworen en logischerwijze wil men in 2009 niet electoraal afgeslacht worden. Alle partijen die aan de regeringsonderhandelingen deelnemen zitten nog steeds gevangen in hun eigen verkiezingsretoriek.

Nu laat ons wel wezen, een regering zal er komen. Alleen zal men het constitutionele probleem niet bij de wortels aanpakken. Het staat nu reeds in de sterren geschreven dat men een halfslachtige staatshervorming zal uitdokteren waarbij een aantal quasi willekeurige bevoegdheden worden overgeheveld naar de gemeenschappen en de gewesten.

 

Elke lange termijnvisie ontbreekt. In partijpolitieke kringen wordt blijkbaar nergens nagedacht waar men heen wil en hoe men de staat op een fundamentele, duurzame en stabiele wijze kan hervormen. Verschoning, alleen de Vlaams-nationalisten hebben een lange ter­mijnvisie, met name de opsplitsing van België. Maar zij hebben uiteraard geen belang bij een degelijke federale structuur.

De meeste andere politici nestelen zich welwillend onder de vleugels van de particratie en vergenoegen zich met een zitje in een van de vêle parlementen en regeringen die dit land rijk is… Kwestie van enige jobzekerheid op te bouwen in deze barre economische tijden.

Hoe dan ook zit dit land op een keerpunt. Het consensusmodel lijkt uitgeput te zijn. De polarisering tussen Nederlandstaligen en Franstaligen zal toenemen, de partijen en hun kiezers aan beide kanten van de taalgrens zullen ver­der radicaliseren. Dit geldt zowel voor de nieuwe partijen zoals Lijst Dedecker als de voor de klassieke partijen zoals de CD&V. Toekomstige regeringsvormingen zullen nog moeilijker worden. Het huidige (con)federale model met zijn bipolaire logica stuwt deze tendensen onverbiddelijk voor zich uit.

Ondertussen wordt het land gekneld in een verlammend immobilisme. Belangrijke hervormingen op vlak van ondermeer economie, sociale zekerheid en justitie blijven uit. Het beleid is blind voor de internationale omwentelingen die op ons afkomen.

 

Opmerkelijk, of juist niet, is dat ook het overgrote deel van de zogenaamde belgicisten geen vooruitziend, staatsvormend alternatief aanbrengen. Zij goochelen met allerlei weinigzeggende, wollige en linkserige argumenten aïs « red de solidariteit » en « dit landje is al zo klein ». Institutioneel beperken zij zich tot het bepleiten van een status quo. Een onwerkbaar status quo dat juist dit land uit elkaar dreigt te splijten.

De toestand is hopeloos, maar niet ernstig…

« Petit pays, petits esprits », lijkt thans wel het devies van dit volk en zijn leiders te zijn. Meer dan ooit geldt dan ook: « Plus est en vous! »

 

Filip De Cauwer, eindredacteur

 

2007

in: Delta, 10 dec. 2007, p.1

 

Belgische vlaggen. Ik bemerkte in Brussel véél Belgische vlaggen aan de gevels. Maar ik zou toch wel eens willen weten of dit echt voortkomt uit liefde voor dit land en uit bezorgdheid om het voortbestaan ervan. Als ik de eigenaars van die vlaggen een positief voorstel mag doen: leer dan Nederlands, dat is een concrete bijdrage aan het voortbestaan van ons land. Ik vrees echter dat bij velen van die brave mensen het uithangen van de Belgi­sche driekleur niets anders betekent dan het opeisen van het recht om in België altijd eentalig Frans te blijven en met die taal overal terecht te kunnen. Laten wij elkaar geen Liesbeth noemen!

 

2007

Francis WIRARD, Et les jetons de présence?, VA 12/06/2007

 

En octobre 2006, c’est par idéal civique que j’ai accepté d’être président d’un bureau de vote. Depuis et malgré de très nom­breuses démarches, mon bureau électoral et moi-même n’avons pas encore reçu les jetons de présence… et nous ne sommes pas les seuls! Et tout ce cirque pour 12,5€ !

Pour une classe politique qui veut donner des leçons de citoyenneté aux jeunes, le résultat est contestable! Le secrétaire du bureau et moi-même avons d’ailleurs refusé de faire partie d’un nouveau bureau de vote. Le comble pour des institutions chaotiques est qu’elles se permettent de sanc­tionner certains assesseurs; alors là, la coupe déborde !

 

2007

in: Delta, 10 dec. 2007, p.2-4

 

Dat we nu, meer dan 169 dagen na de verkiezingen (1) nog steeds geen regering hebben, heeft niets te maken met diepgaande verschillen in visie tussen de onderhandelaars over hoe het land moet worden bestuurd, maar alles met de communautaire duivels die weer uit alle krochten en holen te voorschijn zijn gekropen. Oorzaak van alle kwaad is de alliantie tussen de CD&V en de Vlaams-nationalistische NVA, de opvolger van de Volksunie. De NVA laat er geen enkele twijfel over bestaan dat ze de Vlaamse onafhankelijkheid wil en zit daarmee op dezelfde lijn aïs het Vlaams Belang. In tegenstelling tot dit laatste is de NVA echter wel bereid om tot de macht toe te treden. De gevolgen zijn dan ook navenant: de NVA stelt allerlei eisen waarvan ze weet dat ze door de Franstaligen nooit zullen aanvaard worden. Aldus hoopt de partij een lange politieke crisis uit te lokken die naar ze hoopt het einde van België dichterbij zal brengen. Een verrottingsstrategie dus. Tot nu toe is de NVA aardig gelukt in haar opzetje. Desalniettemin begint het er de laatste dagen evenwel toch naar uit te zien dat de redelijkheid het haalt en de CD&V zich stilaan van de wurggreep van de NVA begint te onttrekken. In tegenstelling tot wat een immer op sensatie gerichte pers ons wil doen laten geloven en in tegenstelling tot de wensen van de NVA is de Vlaamse onafhankelijkheid nog lang niet nabij. Binnen enkele weken wordt wellicht een rege­ring gevormd en wordt een zoveelste com­promis tussen Nederlands- en Franstaligen gevonden over de staatshervorming waarbij onze staatsstructuur nog wat ingewikkelder wordt gemaakt. Het enige resultaat van de Vlaamse obstructiepolitiek zal dan geweest zijn dat België maandenlang onbestuurd is geweest, met alle gevolgen van dien.

Deze zomer fuseerde het door de Franse staat gecontroleerde nutsbedrijf Gaz de Fran­ce met de Franse privégroep Suez. Deze laatste controleert via het vorig jaar overgenomen Electrabel zowat de gehele Belgische elektriciteits- en gasmarkt. De Franse regering zal dus voortaan onze energie-infrastructuur beheersen. Die omvat onder andere de gashub te Zeebrugge, die met LNG terminal en zijn knooppunt van pijpleidingen van vitaal belang is voor de West-Europese energiemarkt, alsook de 8 kerncentrales van Electrabel, dat in de laatste 10 jaar uitgroeide tot een toon-aangevende Europese speler. Hoewel de incorporatie van Suez in Gaz de France wel aan een zekere industriële logica beantwoordt, heeft de Belgische regering hier een kans laten voorbijgaan om harde garan­ties af te dwingen van de Fransen waarmee ze de Belgische energiebevoorrading had kunnen veilig stellen, alsook een substantiële medezeggenschap in het grotere geheel had kunnen verkrijgen. De uittredende regering heeft echter geen bevoegdheid meer terzake en bij de vorming van een nieuwe regering is het thema blijkbaar nauwelijks ter sprake gekomen… De Suez-fusie is het meest frappante voorbeeld van het totale gebrek aan realiteitszin van de Belgische politici. Terwijl zij zich druk zitten te maken in de opgeklopte Vlaams-Waalse stammentwisten worden onze indu­striële activa voor onze ogen weggekaapt. Wij zien dan ook een herhaling van de jaren 1970, toen de politici het veel te druk hadden met de « staatshervorming » (staatsmisvorming ware een beter gekozen term geweest) om zich met de aandienende oliecrisis bezig te houden. Gevolg: een niet aangepast financieel beleid, resulterend in een torenhoge staatsschuld die zich nu nog altijd laat gevoelen op de kapitaalmarkten.

Maar zou het dan niet veel eenvoudiger zijn om België gewoon te splitsen? Aïs Vlamingen en Franstaligen elk hun eigen gang gaan, zijn al deze problemen toch opgelost? Dus toch maar die Vlaamse onafhankelijkheid dan, eventueel opgelapt met het povere schaamlapje van een confederatie met Wallonie en eventueel Nederland?

 

– « Vlaanderen de Leeuw » hoor je de nationalisten krijsen, het vendel in de hand.

– « Wees redelijk » verzucht de Koning.

–  « Al dat geruzie kan ons nog wel van pas komen » bemerkt ondertussen een handenwringende Franse diplomaat op de Quay d’Orsay.

Inderdaad: alle sympathisanten van de Vlaams-nationalisten dienen goed te beseffen dat met de vorming van een Vlaamse staat een Franse droom in vervulling gaat. Geheel Franstalig België plus Brussel, de hoofdstad van Europa, komen zo immers onvermijdelijk in de Franse invloedssfeer terecht. De aan hun lot overgelaten Franstalige politici zullen moeilijk de verlokkingen van de Franse grandeur kunnen weerstaan. Een Franstalig politicus zal maar wat liever zetelen in de Assem­blée te Parijs dan in een Waals miniparle-I mentje in Namen. Hij kan misschien Frans ‘ minister of wie weet… zelfs President worden! De aanhechting aan Frankrijk van Henegouwen, Namen, Zuid-Brabant, Luxemburg en de hoofdprijs ‘Brussel’ zal dan ook spoedig de Vlaamse onafhankelijkheid volgen. Richelieu triomfeert. Wat Lodewijk XIV of Napoleon nooit konden bereiken, wordt nu op een dienblaadje door de flaminganten aangereikt. Enkele oude Nederlandse gewesten worden zonder enige strijd, zonder enige reden, opgegeven. We kunnen er dus wel van uitgaan dat de Franse inlichtingendiensten beter dan r wie ook op de hoogte zijn van de Belgische communautaire twisten. Meer nog: Frankrijk zou wel gek moeten zijn om deze kans te laten liggen. Haar diensten hebben ongetwijfeld in België reeds « actieve maatregelen » genomen, zoals de KGB dat destijds noemde.

 

Wie dus de Vlaam­se onafhankelijk­heid voorstaat, laat zich voor de Franse kar spannen. Bovendien weet men wel waar een separatistische logica begint, maar nooit waar ze eindigt. De separatisten van 1830 zijn de Belgische unitaristen van vandaag. In een onafhankelijk Vlaanderen zal  » Antwerpen zich beginnen afvragen waarom het niet een Europees Singapore zou kunnen worden. De West-Vlamingen zouden kunnen berekenen dat hun onafhankelijkheid economisch leefbaar zou zijn. De Brabanders zou­den het misschien toch wel liever zonder die Limburgers doen. Enzovoort, enzovoort. De splitsing van België zal het séparatisme dus niet beëindigen, maar enkel verder aanmoedigen. En exact dezelfde problemen zullen de nieuwe Vlaamse staat teisteren.

Waar komen die irrationele Vlaams-Waalse tegenstellingen dan vandaan? Een vaak gehoord verhaal is dat België een kunstmatige staat is die gecreëerd werd door de grootmachten en waarin twee bevolkingsgroepen leven die niets met elkaar te maken hebben. In werkelijkheid vormen de Zuidelijke Nederlanden reeds een staatkundig geheel sinds de 16de eeuw, toen wij een eerste separatistische hystérie ondergingen onder de vorm van de godsdienstoorlogen en men ons van de Noordelijke Nederlanden afscheurde. Het enige wat het Noorden en het Zuiden in dit land niet gemeen hebben is de taal (al is 90% van de bevolking tweetalig). Het is een typisch negentiende-eeuwse reflex om taal met natie te gaan gelijkstellen, maar zoiets is in het Euro­pa van de 21ste eeuw toch een absurditeit geworden? Er zouden economische verschillen zijn tussen Noord en Zuid omdat de zware industrie in Luik en Charleroi geen toekomst meer heeft terwijl de Vlaamse diensteneconomie in opgang is. Wie door de industriegebieden rond Waver of Namen rijdt, ziet echter tal van nieuwe en multi­nationale bedrijven die investeren in hoogtechnologische sectoren. Dit in schril contrast met de Vlaamse zelfgenoegzaamheid, die ervan uitgaat dat alle bedrijven hier voor eeuwig gaan blijven. Het Keynesianistische idee van een « Vlaams Marshallplan voor Wallonie » getuigt van economisch analfabetisme en misplaatste superioreitswaan. De zogenaamde geldstromen van Vlaanderen naar Wallonie hebben te maken met een verschil in bestedingspatronen in de sociale zekerheid. De oplossing is dan ook een verantwoorder beheer, niet een splitsing. En wat als er nu eens gelijkaardige geldstromen zouden zijn tussen bijvoorbeeld de regio Turnhout en de regio Brugge? Moeten beide steden dan ook maar onafhankelijke stadstaten worden?

 

Het separatisme begon pas op te komen in de (p.4) jaren 1970. Nochtans dateren de taalproblemen reeds van bij het ontstaan van België. De neergang van de Waalse staalindustrie was in 1970 al meer dan 10 jaar aan de gang. De echte reden voor de opkomst van de onafhankelijkheidsgedachte is dan ook de splitsing van de toen nog unitaire politieke partijen in Vlaamse en Franstalige partijen. Aldus raakten de politici van elkaar vervreemd en gingen ze zich steeds meer in hun eigen kringetje opsluiten. Er werden Vlaamse, Waalse, Franstalige, Brusselse en Duitstalige instellingen opgericht, die op termijn hun eigen dynamiek begonnen te krijgen en altijd maar meer macht probeerden te vergaren. Aldus zagen wij ook de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van politieke mandaten: naast een Belgisch is er nu ook een Vlaams, Waals en Brussels parlement, regering, ambtenarenapparaat, enz. De hele onafhankelijkheidsgedachte dient dus enkel en alleen de private belangen van de politici, maar heeft geen uitstaans met de realiteit. Net als voor ieder nationalisme geldt ook voor het Vlaams nationalisme dat het de politici een handige en goedkope ma­nier biedt om zich te profileren: je hoeft niets zinnigs meer te vertellen, enkel wat fulmineren op « de Walen » en je bent de held van de dag. De reële politieke macht is inmiddels al lang verschoven naar Europa, maar daar hoor je onze politici niet over bezig. Te moeilijk. De Belgische politici doen dan ook denken aan de laat-Middeleeuwse ridders, die elkaar en het publiek amuseerden met steekspelen, wat echter niets méér was dan loos entertainment. Bezigheidstherapie voor een kaste die haar reële macht was kwijtgespeeld aan de natio­nale staten die hun opgang begonnen waren.

 

Neen, België zal niet ophouden te bestaan, simpelweg omdat de meerderheid van de bevolking zoiets helemaal niet ziet zitten. De Vlaamse politici beseffen dit zeer goed en weten dus dat ze hun ultieme dreigement van de splitsing niet kunnen hard maken. Ze zijn daarom gedoemd om een compromis te aanvaarden en de staat nog wat ingewikkelder te maken dan hij al was.

 

Bart Soens (1) op 26/11/2007

 

2009

Didier Swysen, « Heureusement qu’on était là », SudPresse 12/01/2009

 

Wilfried Martens :

L’éclosion des gouvernements régionaux et communautaires a une influence énorme sur l’évolution de la vie politique. Beaucoup sont prêts à œuvrer au niveau régional, mais monter au fédéral, c’est une autre histoire… (…)

Je respecte les Régions et Communautés, mais le rôle du gouvernement fédéral est ca­pital. Il faut avoir de l’ambition pour sa Région, mais aussi pour le pays. Un pays qui doit jouer un rôle cen­tral en Europe. La Bel­gique n’a pas d’alter­native: son sort est lié à son rôle en Europe et à sa capacité à le jouer.

 

2004

A propos des élections & de la particratie  (P. de Roubaix (Courrier de la Bourse))

Pascal de Roubaix                                                                      

 

COURRIER DE LA BOURSE                   TRIBUNE LIBRE

A l’attention de Madame Noval.

«FOERT»

 

Malgré la disproportion de l’importance des scrutins, vous m’excuserez de m’attarder d’avantage aux élections régionales de Belgique qu’à celles du parlement européen. Les éléments y sont plus accessibles, plus clairs et plus graves à la fois, ce qui permet des observations plus frappantes que de regretter un absentéisme prévisible.

J’ai donc écouté tous les commentateurs et tous les commentaires belgo-belges se répandre en un leitmotiv unanime  pleurant le développement de la peste brune qui frappe notre malheureux pays, principalement dans le nord. Et je trouve qu’ils ne manquent pas d’air. Excusez-moi mais… à qui la faute ?

Il est tout à fait évident qu’il n’y a pas un Flamand sur quatre nostalgique du nazisme, et pourtant, un Flamand sur quatre a choisi de voter Vlaams Blok.  Alors, pourquoi votent-ils pour ces insupportables ? La réponse est pourtant simple : la politique menée par les partis auto-proclamés démocratiques leur est encore moins supportable que la perspective offerte par l’extrémisme.

Herman De Croo l’a dit: c’est «Foert» que les Flamands répondent aux partis traditionnels. Comment ne pas les comprendre quand on observe l’évolution de ces dernières années ? Quand on observe le démembrement social et culturel auquel se livre la particratie depuis plus d’une décennie ? Quelques exemples  dans le désordre pour resituer les choses :

  • La multiplication des parlements sans pouvoir, et l’imbroglio des compétences politiques qui touche tous les secteurs,
  • Une réglementarite néphrétique qui veut régler les moindres détails, même les plus privés, de notre manière de vivre,
  • Un travail de sape systématique contre l’institution du mariage, de la famille, de l’éducation, de l’autorité parentale etc.,
  • La banalisation du divorce, comme de la pornographie, et la promotion de l’homosexualité,
  • Les tolérances ahurissantes face à la délinquance qu’on relativise en fonction de critères sociaux et idéologiques,
  • La disparition de la séparation des pouvoirs,
  • Le cercle vicieux de l’Etat providence qui exige une fiscalité toujours plus imaginative,
  • L’utilisation politique de l’école comme outil de nivellement,
  • La mise en liquidation de l’armée et la mise sous tutelle de la justice,

·        Les manipulations de la vie et sa suppression légalisée dès qu’elle vient à déranger les sacro-saints et monstrueux principes du droit au confort et à l’irresponsabilité,

·        La nationalité comme le droit de vote bradés au premier venu,

·        La monarchie contestée, le pays au bord de la déchirure irrémédiable en deux sous-nations artificielles,

·        Les monopoles de l’information et des finances pour ces partis qui désignent eux-mêmes qui peut être élu, et qui n’hésitent pas à effacer de leur sigle l’initiale de ce qui désignait leur âme. (Le L de Liberté chez les réformateurs et le C de Chrétien chez les nouveaux humanistes).

 

Je pense que l’électeur est simple et qu’il a besoin de réponses simples, au nord c’est la brutalité inquiétante du Vlaams Blok qui a séduit les plus ulcérés, au sud la démagogie sans limite d’un séducteur socialiste autoritaire a encore fonctionné. C’était sans doute le pire des scénarii possibles, mais c’est celui que nous avons.

Le travail de reconstruction ne se fera pas en un jour.

 

 

Pascal de Roubaix.(1)

Le 1er juin 2004 

.

 

(1)    Vice-Président de l’Institut Thomas More ;

 pascal.de.roubaix@institut-thomas-more.org

 

 

 13/06:  25-35 % des électeurs CONTRE la démocraSSie (+ varia)

13/06/04: les élections: LB 14/06/04

régionales:

1) Guy Coeme : … 2e dans la circonscription de Huy-Waremme

José Happart : 1er dans la circonscription de Liège & Michel Foret : 2e

= moralité: volez & pensez raciste : vous serez réélu!

 

2) Europe :

(absents + blancs / nuls) + radicaux (FN,FNB,Blok,PTB+) :

provinces de

Luxembourg : 20 % + 6,5 %             = 26,5

Namur : 19,2 % + 8,4 %                    = 27,6

Liège : 23,6 % + 8,8 %                      = 32,4

Hainaut : 20,3 % + 12,1 %                = 32,3

Brabant wallon : 15,7 % + 6,4 %      = 22,1

 

Anvers : 13,4 % + 26,1 %                 = 39,5

Brabant flamand :13,7 % + 19,8 %   = 33,5

Flandre occ. : 15,3 % + 19,6 %         = 34,9

Flandre orient. : 12,9 % + 21,8 %     = 34,7

Limbourg : 12 % + 21,9 %                = 33,9

 

Wallonie :

Parlement wallon : (10,5 + 6,6) + 9,3 = 26,4

Brabant wallon :  14,5 + 6,7                = 21,2

Hainaut : 17,9  + 13                             = 30,9

Liège : 17,9 + 8,1 %                            = 26,9

Luxembourg : (8,2 + 7,7) + 3 %         = 18,9

Namur : 16,2 + 8,8 %                          = 25 %

 

Parlement germanophone : 22,2 % + – = 22,2 %

Flandre :

Parlement flamand : 11,3 % + 25 %    = 36,3 %

 

Parlement bruxellois : 20,2 % + 10,5 % = 30,7 %

 

2004

Seuil électoral confirmé, LB 06/2004

 

La Cour d’arbitrage a rejeté les demandes de suspension du dispositif légal révoyant un seuil électoral minimum de 5 pc pour l’élection du Parlement bruxellois. Ces demandes avaient été introduites par les chrétiens démocrates francophones (CDF), le Front Nouveau de Belgique et Belgische Unie Union Belge (BUB).

 

2004

Elections 2004 / Electronique : plus de 300 incidents techniques, LB 14/06/2004

 

De petites pannes informatiques ont perturbé certains bureaux.

 

2004

Anne Morelli (ULB), Enseigner la démocratie, LB 14/06/2004

 

Pour avoir pendant mes 20 ans de carrière d’enseignante dans le secondaire abondamment pratiqué les visites aux conseils communaux et à la Chambre, j’en ai tiré la conclusion que ces visites sont contre-productives pour la démocratie et je les déconseille vivement aux futurs enseignants d’histoire que je forme.

En effet, comment noter et répercuter en classe le compte-rendu ironique mais combien éaliste d’un élève  qui décrit le ministre (ou le bourgmestre) s’exprimant dans l’indifférence générale ?

UN élève qui avait relevé avec petinence que moins de 10pc des élus étaient présents et que, parmi ceux-ci, une élue feuilletait « Elle », un autre ouvrait son courrier, tandis que la plupart bavardaient (aujourd’hui, ils envoient des SMS) ?

Pour faire des élèves des poujadistes, rien de tel que ces visites…

 

racisme francophone: l'affaire Toen Van Overstraten (LB, 28/11/1985)